October, 2017

now browsing by month

 

Nieuwe resultaten onderzoek inkooppraktijk WMO in Deal!

Na de eerste ronde aanbestedingen van nieuwe gemeentelijke zorgtaken is het inkooplandschap stevig in beweging: inkoopsamenwerkingen vallen uit elkaar, gemeenten richten zich op integraliteit en resultaatgerichtheid.

In een nieuw onderzoek analyseerde Niels Uenk alle inkooptrajecten voor nieuwe Wmo-taken tussen 2015 en 2017 om trends en bewegingen in kaart te brengen. Het artikel van oktober in Deal! zet de eerste resultaten op een rij.

Voor het artikel, klik hier.

 

English:

In order to identify trends and movements in the way Municipalities organise their social services, PPRC researcher Niels Uenk analysed all procurement procedures for the purchase of WMO (Wet Maatschappelijke ondersteuning) services in the period between 2015 and 2017. In an article in Deal! he published the first results of his research.

Masterclass ‘Maatschappelijke waarde in competitieve procedures’

Een oude kazerne verkopen met de voorwaarde om een gedeelte daarvan tot huisvesting voor vluchtelingen te verbouwen? Alleen die reders op de Amsterdamse of Utrechtse grachten toelaten die innoverende ideeën hebben om de grachten op duurzame wijze te benutten? Zonnepalen op het dak of slimme ICT systemen om de toeristenstromen op een zodanige wijze te kunnen beheren dat de bewoners van de stad daarvan het minste last van hebben? Sociale ondernemingen die koekjes produceren door mensen met een beperking voorkeur geven bij de inkoop van catering voor een gemeente? Of simpelweg ondernemingen vragen om nieuwe – nog slimmere manieren – te bedenken om in de toekomst tegen dezelfde (of zelfs mindere) kosten de dijken tegen de stijgende waterspiegel te kunnen blijven verdedigen? Op slimme wijze in havens onbenutte delen ‘water’ in tijdelijke erfpacht aan projectontwikkelaars geven om sociale huizen te (laten) bouwen?

Voor de niet jurist gaat het hier om vergelijkbare situaties waarbij de overheid maatschappelijke relevante voorwaarden wil verbinden aan de uitvoering door een derde. Juridisch gaat het hier wel om verschillende situaties (contract sluiten voor het inkopen dan wel verkopen van iets, het bezwaren van een recht of de verlening van een vergunning) die ook onder verschillende regelgeving vallen.

Naast de vraag of het juridisch toelaatbaar is om in bovengenoemde voorbeelden voorwaarden te verbinden; of de vraag of het überhaupt mogelijk is om voorwaarden en een prijs als competitieve criteria voor de verdeling van vergunningen (in het geval van de reders op de grachten) te verbinden, is het ook tot slot de vraag op basis waarvan de overheid dient de binnengekomen offertes te vergelijken en daaruit de beste oplossing(en) te kiezen.

Zelfs bij aanbestedingen waar de meeste ervaring aanwezig is om deze ‘metingen’ te verrichten, schiet de regelgeving tekort. Bij de andere vraagstukken die niet door het aanbestedingsrecht worden beheerst (verkopen van overheidseigendom, competitieve verdeling van schaarse vergunningen, bezwaren van rechten) worden zelfs geen juridische eisen gesteld aan de beslissing hoe de ‘winnaar(s)’ te bepalen. Maar hoe weet de overheid dan (en de betrokken derden) dat er daadwerkelijk voor de meest innovatieve, meest duurzame, meest sociale oplossing is gekozen?

In onze masterclass “Maatschappelijke waarde in competitieve procedures” (28 en 29 januari 2019) ligt de focus op de beoordeling van de inschrijvingen. In dat kader staat de vraag centraal wat de beste wijze is om criteria en gewichten te bepalen, per criterium te scoren en welke methode om de verschillende criteria te combineren welke voor- en nadelen heeft.

Voor meer informatie, klik hier.

Elisabetta Manunza spreekt over mensenrechten tijdens masterclass van de NVvA en de VU

 Op 20 september sprak Elisabetta Manunza tijdens een masterclass georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Aanbestedingsrecht (NVvA) en de VU Law Academy (VULAW). Het thema van de masterclass was aanbestedingsrecht en mensenrechten.

Tijdens dit evenement werd vanuit het perspectief van de regulering van de overheidsinkoop ingegaan op de vraag of en hoe de naleving van mensenrechten in de productieketen zou kunnen worden verbeterd via het aanbestedingsrecht. Onder schending van mensenrechten wordt in dit verband verstaan: slavernij, uitbuiting, kinderarbeid en schending van arbeidsnormen.

Met de juridische basis van mensenrechten in het (Europese) aanbestedingsrecht als uitgangspunt behandelde zij enkele stellingen met de aanwezigen. De eerste stelling luidde: ‘‘het geldende aanbestedingsrecht is een goed instrument om de naleving van mensenrechten in de productieketen te vergroten’’.

Na nader in te gaan op de inroepbaarheid bij de rechter en de problematiek rondom het opnemen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in de gunningscriteria sloot zij af met een observatie ten aanzien van het rechtszekerheidsbeginsel.

Voor meer informatie, klik hier.

 

English:

On the 20th of September, Elisabetta Manunza spoke during a masterclass organized by the Dutch Association for Public Procurement Law (Nederlandse Vereniging voor Aanbestedingsrecht) and the VU Law Academy (VULAW). The subject of the masterclass was public procurement law and human rights.

Central during this event was, from the perspective of regulating public procurement, how compliance with human rights, in the production process, can be improved by public procurement rules. On the basis of several statements, Elisabetta Manunza discussed this subject with the audience.

Willem Janssen in Staatscourant over het aanbestedingsdilemma van de Britten

In de maandelijkse column (september) van het PPRC voor de Staatscourant ging onderzoeker Willem Janssen in op de gevolgen van een mogelijke harde Brexit voor de wederzijdse toegang tot aanbestedingsmarkten. De Local Government Association (LGA), de Britse evenknie van de VNG, gaf deze zomer direct al aan dat de Brexit een unieke mogelijkheid biedt om de in 2015 geïntroduceerde Public Contracts Regulations (waarin de Europese aanbestedingsrichtlijnen werden geïmplementeerd) zonder Europese bemoeienis aan te passen, waarmee de barrières tot het stimuleren van de lokale economie zouden verminderen

Janssen stelt echter dat deze visie van lokaal protectionisme een grote keerzijde heeft. Minder concurrentie, zowel uit eigen land als het buitenland, zal onvermijdelijk gevolgen hebben voor de prijs en kwaliteit van aanbestedingen. Daarnaast stelt hij dat de LGA lijkt te vergeten dat dergelijk protectionisme de toegang voor het Britse bedrijfsleven in de Europese aanbestedingsmarkt, van meer dan 2 biljoen euro, ontneemt. ‘’Aan alle alternatieven kleeft de eis van wederkerigheid. Daarmee is Brexit’s aanbestedingsdilemma geboren’’, aldus Janssen.  De komende periode zal het VK het belang van Europese handel op waarde moeten schatten en moeten afwegen tussen ‘’lokaal protectionisme of wederzijdse toegang tot aanbestedingen’’.

Ten slotte stelt Janssen: ‘’Wat de Brexit-onderhandelingen ook gaan brengen, één conclusie staat als een paal boven water: de Britten can’t have their local cake and eat it too.’’.

Voor de gehele column, klik hier.

 

English

Willem Janssen adresses Brexit’s public procurement dilemma

In the monthly PPRC column for “de Staatscourant”, Willem Janssen addressed the LGA’s (Local Government Association of the United Kingdom) vision of local protectionism towards public procurement  after Brexit. According to the LGA, a hard Brexit would create opportunities for local tendering. Janssen argues that this protectionist vision cannot be considered without taking regard of the resulting exclusion of British enterprises to compete in the extensive European public procurement market.

In the coming period, the UK needs to think about its future trade relation with the EU. In the end, the UK has to choose between local protectionism or mutual access to public contracts.

For the whole column (in Dutch), click here.