Rechtsbescherming in aanbestedingszaken niet op orde

Staatscourant logo

Effectieve rechtsbescherming is cruciaal voor een goed functionerende markt voor overheidsopdrachten. Maar van effectieve rechtsbescherming  kan volgens Elisabetta Manunza (Universiteit Utrecht) en Chris Jansen (VU Amsterdam) in Nederland niet worden gesproken en dat leggen ze kort uit in een column in de Staatscourant.

In Nederland is er geen onafhankelijke autoriteit die toezicht houdt op het gedrag van aanbesteders. De waarborgen die inschrijvers hebben om zich tegen ongewenste praktijken te verweren zijn daarom afhankelijk van de effectiviteit van de rechtsbescherming. ”Een punt van zorg is dan dat aanbestedingsgeschillen hoofdzakelijk in kort geding worden beslecht.”, aldus Manunza en Jansen. Bovendien worden hierdoor de beslissingen van aanbesteders in de regel slechts marginaal door de rechter getoetst.

”Wanneer de rechter vervolgens ook nog eens tot een oordeel komt dat in het nadeel van de inschrijver is – en de statistieken laten zien dat dit vaker wel dan niet het geval is – betekent dit voor de laatste feitelijk het einde van de rechtsgang. De aanbesteder mag vervolgens namelijk overgaan tot het sluiten van een contract met de winnaar van de aanbesteding.”, aldus Manunza en Jansen.

De auteurs spreken ten slotte de wens uit dat de rechtsbescherming van inschrijvers hoog op de agenda te staan komt in het onderzoek dat staatssecretaris Keijzer voor 2019 heeft toegezegd naar aanleiding van het algemeen overleg van de vaste Kamercommissie van Economische Zaken en Klimaat op 24 mei van dit jaar.

Dat deze boodschap breed gedragen wordt blijkt ook uit de recente parlementaire ontwikkelingen omtrent aanbestedingen. In dezelfde week werden namelijk moties aangenomen in de Tweede Kamer waarin de regering nadrukkelijk verzocht wordt te onderzoeken hoe de rechtsbescherming van inschrijvers in aanbestedingszaken verbeterd kan worden.