Gerrieke Bouwman in NTER over het Connexxion Taxi Services arrest

connexxionbuurtbussen 2

In het mei-nummer van het Nederlands tijdschrift voor Europees Recht (NTER) een artikel van PPRC-onderzoeker Gerrieke Bouwman over de betekenis van het Connexxion Taxi Services-arrest (C-171/15) van het Hof van Justitie EU. Het Hof oordeelt hier kort gezegd dat wanneer een aanbestedende dienst in de aanbestedingsdocumenten opneemt dat een inschrijving waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is terzijde wordt gelegd zonder verdere inhoudelijke beoordeling, er dan geen ruimte meer bestaat om te toetsen of een uitsluiting in het concrete geval proportioneel is. Dit zou namelijk in strijd zijn met de beginselen van gelijkheid en transparantie en er toe leiden dat het level playing field niet wordt gewaarborgd.

Belangrijkste conclusie van de auteur: onder richtlijn 2014/24/EU zal het oordeel van het HvJ EU anders zijn vanwege de self-cleaning bepaling van art. 57 lid 6. De EU-wetgever heeft daarmee dwingend voorgeschreven dat een onderneming op wie een uitsluitingsgrond van toepassing steeds de mogelijkheid moet worden geboden om aan te tonen dat zij – door het nemen van maatregelen – toch betrouwbaar is. In de aanbestedingsdocumenten opnemen dat een inschrijving terzijde wordt gelegd zonder inhoudelijke beoordeling, ofwel een automatische uitsluiting zonder de mogelijkheid tot toetsing van het concrete geval, zal daarmee onder het huidige recht in strijd zijn met het aanbestedingsrecht.

Het arrest gaat in het kort over de volgende situatie:

Het ministerie van VWS schrijft een aanbesteding uit voor bepaalde taxi-diensten. Het neemt in de aanbestedingsdocumenten o.a. op dat een inschrijving waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is terzijde wordt gelegd zonder verder inhoudelijke beoordeling. Een van de uitsluitingsgronden die van toepassing is verklaard op de opdracht is de grond ernstige beroepsfout. De inschrijvende partij aan wie het ministerie de opdracht wenst te gunnen, heeft boetes opgelegd gekregen door de voormalige mededingingsautoriteit NMa vanwege het begaan van mededingingsovertredingen. Deze overtredingen kunnen worden aangemerkt als een ernstige beroepsfout. Toch sluit het ministerie deze partij niet uit van de aanbesteding en gunt haar de opdracht, waarbij het zich beroept op de toelichting van de toen geldende Bao (Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten) waarin was neergelegd dat een uitsluiting steeds moet worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. In de situatie van dit arrest oordeelt het Hof van Justitie EU echter dat de onderneming wel had moeten worden uitgesloten.

Over het waarom en de context van deze conclusie, zie het artikel. Te raadplegen via: Boom Juridische Uitgevers (alleen bij toegang tot het tijdschrift).

 

English:

Gerrieke Bouwman in NTER about the Connexxion Taxi Services Case

PPRC Researcher Gerrieke Bouwman wrote an article about the Connexion Taxi Services Case in the May 2017 issue of the Dutch Journal of European Law. In sum, the Court of Justice of the EU ruled that if a public authority lays down in its procurement documents that a tender to which a Ground for Exclusion applies shall be set aside and shall not be eligible for further (substantive) assessment, there is no room for a proportionality test of the situationin concreto. This would otherwise adversely affect the principle of equal treatment and compliance with the obligation of transparency with the result that the ‘level playing field’ is not safeguarded.

Important conclusion of the author: the current Directive 2014/24/EU will lead to another conclusion, since Article 57 para. 6 of this Directive prescribes that any economic operator must be given the opportunity to provide evidence that measures taken by the economic operator are sufficient to demonstrate its reliability despite the existence of a relevant ground for exclusion (self-cleaning measure).

In the Connexxion Taxi Services Case (C-171/15) the CJEU had to balance the equality and transparency principle against the proportionality principle in the context of the exclusion grounds of public procurement law. The issue was about a public contract from a Dutch Ministry for certain Taxi Services,  where a tendering company, who had seriously violated Competition Law, was not excluded by the Ministry (and won the contract) because, according to Ministry, it had taken enough measures to repair its misbehaviour.  According to the Court, the company had to be excluded.

View article (in Dutch) via: http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/tijdschrifteuropeesrecht/2017/3