Archives

now browsing by author

 

Programma Masterclass ‘Samenwerking tussen lokale en regionale overheden’ 2019 bekend

e41160ca-f4d0-43d0-bbb9-e60ce85da30f-original

Lokale en regionale overheden willen hun taken steeds vaker uitvoeren in samenwerking met andere overheden. Succesvol samenwerken gaat echter niet vanzelf. Kennis van de politiek-bestuurlijke en juridische context is essentieel. Goed inzicht in beide disciplines helpt om een verantwoorde keuze te maken voor samenwerking en om deze succesvol vorm te geven.

In de Masterclass ‘Samenwerking tussen lokale en regionale overheden’  worden de noodzakelijke handvatten aangereikt om een verantwoorde keuze te maken voor samenwerking met andere overheden en om deze samenwerking succesvol vorm te geven. Na een succesvolle eerste editie van deze masterclass begin dit jaar, is het programma voor de tweede editie vernieuwd. Tijdens de twee cursusdagen (5 en 12 februari 2019) zullen de relevante onderwerpen door gespecialiseerde docenten besproken worden. Het doel is om deelnemers op interdisciplinaire wijze op de hoogte te brengen van de allerlaatste ontwikkelingen op het terrein van samenwerking tussen lokale en regionale overheden.

Voor meer informatie, zie de brochure en de UU website.

Voor aanmelden, klik hier.

DOELGROEP

De Masterclass richt zich op professionals werkzaam bij lokale en regionale overheden, die in hun praktijk te maken hebben met besluitvorming over samenwerkingen. De Masterclass is gericht op overheidsjuristen, maar is goed toegankelijk voor niet juristen, zoals directeuren en managers van gemeentelijke of provinciale diensten, inkopers en adviseurs, die op beleidsniveau ervaring hebben met samenwerkingen.

PPRC-onderzoek ‘Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2018’ naar Tweede Kamer gestuurd.

PPRC.psd juist formaat

Onderzoekers van het PPRC (Niels Uenk, Madelon Wind en Jan Telgen) hebben samen met het Nederlands Jeugdinstituut in opdracht van PIANOo de stand van zaken rond gemeentelijke inkoop in het sociaal domein in beeld gebracht. Van álle gemeenten hebben de onderzoekers álle inkoopprocedures en contracten van Wmo-maatwerkvoorzieningen en individuele Jeugdhulpvoorzieningen verzameld en geanalyseerd. In totaal zijn 4.140 contracten geanalyseerd op aspecten als het gehanteerde uitbestedingsinstrument (subsidie, overheidsopdracht of open house), de inkoopprocedure, gehanteerde bekostigingsvorm, inkoopsamenwerking tussen gemeenten, innovatiegerichte inkoop en integratie van inkoop Wmo en Jeugdhulp voorzieningen. Tevens slaat het onderzoek een brug tussen eerder vergelijkbaar onderzoek naar de nieuwe Wmo-taken sinds 2015 – waardoor ook trends in gemeentelijke zorginkoop in beeld worden gebracht.

Enkele opvallende uitkomsten: gemeenten hanteren in bijna 90% van de zorginkoop het ‘open house’ model, hoewel gemeenten zelf vaak spreken van een aanbesteding van een overheidsopdracht. Gemeenten kopen vaak gezamenlijk in – waarbij samenwerkingsverbanden in de jeugdhulp nog steeds veel groter zijn dan voor Wmo-inkoop. Samenwerkingsverbanden zijn niet stabiel: elk jaar vallen verbanden uit elkaar. Gemeenten kiezen vaak voor een dialooggerichte inkoopprocedure, en hanteren langlopende contracten – beide wel vaker bij Wmo-inkoop dan bij inkoop van jeugdhulp. Er is een voorzichtige trend richting resultaatgerichte zorginkoop. Ten slotte lijkt de inkoop van jeugdhulp de trends in de Wmo-inkoop te volgen, maar met enige vertraging.

Het onderzoek is op 4 juli 2018 door minister Hugo de Jonge met een kamerbrief meegestuurd naar de Tweede Kamer. Het onderzoek sluit aan bij het promotieonderzoek van Niels Uenk (gemeentelijke zorginkoop Wmo), Madelon Wind (gemeentelijke inkoop Jeugdhulp) en relateert aan het onderzoek van Gerrieke Bouwman naar de aanbestedingsrechtelijke aspecten van gemeentelijke zorginkoop.

Voor het gehele onderzoek, zie: ‘Monitor Gemeentelijke zorginkoop 2018‘ en de brochure ‘Inkoop jeugdhulp door gemeenten’.

Wetenschappelijke vergadering NVvA in het teken van burgerinitiatieven, sociaal ondernemerschap en sociale ondernemingen

Untitled

Op 21 juni organiseerden Elisabetta Manunza en Willem Janssen, beiden als onderzoeker van de IOS (Institutions for Open Societies, Universiteit Utrecht)-onderzoekshub ‘Social entrepreneurship for societal challenges’ en bestuurslid van de NVvA (Nederlandse Vereniging voor Aanbestedingsrecht), een wetenschappelijke vergadering voor de NVvA rondom het thema ‘De nieuwe inschrijvers op aanbestedingsprocedures’.

Sociaal wetenschapper Thijs van Mierlo, directeur van het Landelijk samenwerkingsverband actieve bewoners, sprak als eerste over de opkomst van burgerinitiatieven en over de obstakels die dezen in de praktijk ervaren.  Daarna sprak Elisabetta Manunza, directeur van het Public Procurement Research Centre van de Universiteit Utrecht en één van de teamleden van de IOS-Hub, over de vraag of burgerinitiatieven onder het aanbestedingsrechtelijke  begrip ‘ondernemer’ kunnen vallen. Eerst besprak Manunza het onderscheid tussen de verschillende rechtsinstrumenten die de overheid kan inzetten om maatschappelijke waarde te creëren bij het voeren van beleid, zoals bijvoorbeeld het stimuleren van burgerparticipatie. Vervolgens besprak Manunza – aan de hand van een uiteenzetting van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU over het ondernemersbegrip – de vraag of burgers  ondernemers kunnen zijn, volgens het aanbestedingsrecht. In rechtszaken die aan het Hof van Justitie EU zijn voorgelegd waar sociale ondernemingen en vrijwilligersorganisaties waren betrokken, stond vooral de vraag centraal of deze konden inschrijven. In Nederland is die vraag nog niet aan de rechter voorgelegd, maar dit gebeurde wel in een aantal zaken die de Italiaanse rechter aan het Hof van Justitie EU heeft doorverwezen. In Italië speelt vrijwilligerswerk een grote maatschappelijke rol; het recht op vrijwilligerswerk is zelfs in de grondwet opgenomen. Uit de jurisprudentie van de Europese rechter volgt dat om onder het begrip ondernemer te vallen geen specifieke rechtsvorm is vereist, dat het niet relevant is of wel of geen winstoogmerk wordt nagestreefd, en evenmin is een stabiele of regelmatige aanwezigheid op de markt een vereiste. Daarom kunnen ook burgerinitiatieven onder het ondernemersbegrip uit art. 1.1 van de Aanbestedingswet vallen. Nu vaststaat dat burgerinitiatieven onder het begrip ondernemer kunnen vallen, zal nader onderzocht dienen te worden wat wel onderscheidend is en of de huidige kaders van het Europees recht voldoende ruimte bieden om alsnog potentiele positieve effecten van burgerparticipatie te kunnen realiseren; zo niet, wat dan nodig is.

Daphne van Rhee, beleidsadviseur Maatschappelijke initiatieven bij de Gemeente Utrecht, lichtte vervolgens  toe aan de hand van praktijk voorbeelden hoe de Gemeente Utrecht maatschappelijke initiatieven een plek geeft in het gemeentelijk beleid.

Willem Janssen, onderzoeker bij het PPRC en de IOS-Hub, lichtte de juridische spanningsvelden toe die ontstaan door enerzijds de marktgerichte aanbestedingsregels en anderzijds de (politieke/maatschappelijke) wens om bepaalde taken te laten uitvoeren door burgerinitiatieven of sociale ondernemingen. Janssen besprak ook juridische oplossingen van hoe sociaal ondernemerschap binnen het aanbestedingsrecht gestimuleerd kan worden.

Voor meer informatie, zie de website van de NVvA.

Paper Gerrieke Bouwman geaccepteerd voor presentatie IPPC8 (2018) conference

logo IPPC

Van woensdag 8 t/m vrijdag 10 augustus 2018 zal de achtste editie van het ‘International Public Procurement Conference‘ (IPPC) plaatsvinden in Arusha, Tanzania. Ter gelegenheid daarvan schreef Gerrieke Bouwman een paper om een gedeelte van haar bevindingen uit haar onderzoek naar de verschillende rechtsinstrumenten voor het uitbesteden van sociale diensten aan een internationaal publiek te presenteren, alsmede om inzichten te verkrijgen uit ander landen. De paper richt zich met name op de recente arresten Falk Pharma (zaak C-410/14) en Tirkkonen (zaak C-9/17), en de nieuwe vragen die met deze arresten zijn ontstaan; in Nederland met name over het hanteren van het zogenoemde ‘openhousemodel’ bij het uitbesteden van opdrachten in het sociaal domein. De paper is geaccepteerd en zal tijdens de conferentie worden gepresenteerd.

De IPPC is wereldwijd een van de grootste internationale conferenties op het gebied van het aanbestedingsrecht en bedoeld voor academische discussie en engagement met beroepsbeoefenaars op dit terrein. Inmiddels trekt deze conferentie deelnemers uit meer dan 100 landen. Voor meer informatie zie de IPPC website.

 

English:

Paper Gerrieke Bouwman accepted for the IPPC8 (2018) conference

From Wednesday 8th till Friday 10th August 2018 the eighth International Public Procurement Conference (IPPC) will take place in Arusha, Tanzania. To bring her research findings to a broader audience and to get inspiration from practices in other countries, PPRC-scholar Gerrieke Bouwman is attending the conference and will present a paper about the different legal instruments that can be used for organising social care services. The main focus of the paper will be on the recent CJEU judgments in Falk Pharma (case C-410/14) and Tirkkonen (case C-9/17) and the new questions that came up after these judgements; in the Netherlands, especially about the use of the ‘open house model’ in the social sector. The paper is accepted for presentation on the Conference.

The IPPC is one of the largest, international public procurement conferences globally and dedicated to academic discussion and practitioner engagement. Over the last 14 years having built its profile in attracting participants from almost 100 countries.

For more information, visit the IPPC website.

Rechtsbescherming in aanbestedingszaken niet op orde

Staatscourant logo

Effectieve rechtsbescherming is cruciaal voor een goed functionerende markt voor overheidsopdrachten. Maar van effectieve rechtsbescherming  kan volgens Elisabetta Manunza (Universiteit Utrecht) en Chris Jansen (VU Amsterdam) in Nederland niet worden gesproken en dat leggen ze kort uit in een column in de Staatscourant.

In Nederland is er geen onafhankelijke autoriteit die toezicht houdt op het gedrag van aanbesteders. De waarborgen die inschrijvers hebben om zich tegen ongewenste praktijken te verweren zijn daarom afhankelijk van de effectiviteit van de rechtsbescherming. ”Een punt van zorg is dan dat aanbestedingsgeschillen hoofdzakelijk in kort geding worden beslecht.”, aldus Manunza en Jansen. Bovendien worden hierdoor de beslissingen van aanbesteders in de regel slechts marginaal door de rechter getoetst.

”Wanneer de rechter vervolgens ook nog eens tot een oordeel komt dat in het nadeel van de inschrijver is – en de statistieken laten zien dat dit vaker wel dan niet het geval is – betekent dit voor de laatste feitelijk het einde van de rechtsgang. De aanbesteder mag vervolgens namelijk overgaan tot het sluiten van een contract met de winnaar van de aanbesteding.”, aldus Manunza en Jansen.

De auteurs spreken ten slotte de wens uit dat de rechtsbescherming van inschrijvers hoog op de agenda te staan komt in het onderzoek dat staatssecretaris Keijzer voor 2019 heeft toegezegd naar aanleiding van het algemeen overleg van de vaste Kamercommissie van Economische Zaken en Klimaat op 24 mei van dit jaar.

Dat deze boodschap breed gedragen wordt blijkt ook uit de recente parlementaire ontwikkelingen omtrent aanbestedingen. In dezelfde week werden namelijk moties aangenomen in de Tweede Kamer waarin de regering nadrukkelijk verzocht wordt te onderzoeken hoe de rechtsbescherming van inschrijvers in aanbestedingszaken verbeterd kan worden.