September, 2015

now browsing by month

 

PPRC onderzoek: eenzijdige contractvoorwaarden bij aanbestedingen

De contractuele relatie tussen overheid en opdrachtnemers bij de uitvoering van overheidsopdrachten blijkt in de praktijk regelmatig tot problemen te leiden. De aanbestedingsrichtlijnen reguleren vrijwel niets over de contractvoorwaarden. Voor de rechtspositie van opdrachtnemers bij overheidsopdrachten is daarom vooral het nationaal recht bepalend. In de lidstaten van de EU leidt dit wel tot toepassing van onevenredige contractuele voorwaarden en verdeling van risico’s.

In opdracht van de Confederatie Bouw Oost-Vlaanderen schreef het PPRC het advies: “De werking van het Unierecht en nationaal recht op de contractuele relatie tussen overheid en opdrachtnemer bij de uitvoering van overheidsopdrachten: een handreiking voor een evenwichtigere positie van aannemers van werken in België”.

Korte omschrijving onderzoek:
Het advies gaat in op de administratieve uitvoeringsregels bij overheidsopdrachten in België. Deze door de overheid eenzijdig opgestelde contractuele bepalingen worden door de Belgische aannemers als onevenwichtig en onredelijk ervaren ten opzichte van de aanbestedende overheid.

Deel I

Het eerste deel van het advies gaat met name in op de toepasselijkheid van het Europees recht bij het aan de orde stellen van contractvoorwaarden. Ook de veranderingen die met de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen te verwachten zijn, komen daarbij aan de orde. Op basis daarvan worden argumenten in de vorm van verweermiddelen weergegeven.

Deel II

In het tweede deel worden de knelpunten in de praktijk gesignaleerd en aanbevelingen gedaan voor een evenwichtigere verdeling van contractuele voorwaarden bij overheidsopdrachten. Nadruk ligt daarbij op het nationale recht waarin bepaalde uitganspunten verankerd dienen te zijn.

Klik hier om het onderzoek te downloaden.

Voor een diepgaandere analyse van Deel I wordt verwezen naar het bijhorend onderzoek naar de toepasselijkheid van Unierecht op contractuele voorwaarden in het aanbestedingsrecht.

Klik hier om het achtergrondonderzoek te downloaden.

Elisabetta Manunza en Willem Janssen geïnterviewd over Rijksschoonmaakorganisatie

Juridisch aanvechten Rijksschoonmaakorganisatie maakt kans. Zoals bekend heeft OSB een klacht ingediend bij de Commissie van Aanbestedingsexperts betreffende de juridische houdbaarheid van het inbesteden van de schoonmaak binnen de Rijksoverheid en in het verlengde hiervan de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO). Een opmerkelijke en min of meer parallel lopende zaak is het besluit van de Rijksoverheid  om scanwerkzaamheden in te besteden. Zich verwerende private scanbedrijven, die ook een klacht indienden, zijn inmiddels in het gelijk gesteld door de louter adviserende Commissie van Aanbestedingsexperts. De scanbedrijven hebben vervolgens het onafhankelijk onderzoekscentrum  Public Procurement Research Centre (PPRC) gevraagd de zaak juridisch tot de bodem uit te zoeken. Met perspectief biedend  resultaat! Bieden de bevindingen uit het rapport ook perspectief voor de schoonmaakbranche? Clean Totaal sprak met de opstellers.

Klik hier om verder te lezen.

Column Mr. Gerrieke Bouwman in Cobouw: “Ondernemers kritisch over proportionaliteit”

In de zomer is de evaluatie van de Aanbestedingswet 2012 bekendgemaakt. Een voorzichtig optimistisch geluid: de eerste positieve effecten van de Aanbestedingswet zijn gesignaleerd. Zo heeft de wet geleid tot vermindering van lasten en bijgedragen aan uniformering van de regels.

Tegelijkertijd concludeert men dat er zeker nog ruimte is voor verbetering bij aanbestedingen aan zowel de zijde van aanbestedende diensten als ondernemers. Die verbetering geldt onder andere ten aanzien van de contractvoorwaarden.

Opvallend uit de evaluatie is de kritische noot over de proportionaliteit van contractvoorwaarden. Uit het onderzoek van Kwinkgroep ‘Effecten van de Aanbestedingswet 2012’ blijkt dat 27 procent van de gevraagde ondernemers het (zeer) oneens is met de stelling dat de contractvoorwaarden in het afgelopen jaar in redelijke verhouding stonden tot de aard en de omvang van de opdrachten, tegenover 34 procent van de ondernemers die het (zeer) eens is met de stelling. De overige ondernemers vinden de eisen in de contractvoorwaarden met regelmaat niet proportioneel. In vergelijking met andere voorwaarden en eisen van de aanbestedingsprocedure, bijvoorbeeld eisen met betrekking tot technische- en beroepsbekwaamheid, betekenen deze cijfers dat ondernemers de contractvoorwaarden als een van de minst proportionele voorwaarden beoordelen.

Lees de volledige Cobouw-column van Gerrieke Bouwman hier.

Column Dr. ir. Fredo Schotanus in Cobouw: “Aantonen dat contract marktconform is”

Opdrachtgevers verlenen kleine opdrachten vaak enkelvoudig onderhands. Daarnaast zijn opdrachtgevers en -nemers zich steeds meer bewust van de waarde van langlopende samenwerking. Daarbij passen onder andere langlopende contracten en contractverlengingen.

In dergelijke situaties willen opdrachtgevers wel weten of de (verlengde) offerte marktconform is. En soms wil een opdrachtnemer dat ook proactief tonen, bijvoorbeeld na verloop van tijd bij een langlopend contract. Marktconformiteitstoetsen kunnen hierbij helpen. Op hoofdlijnen zijn daarvoor drie varianten te onderscheiden.

Lees de volledige Cobouw-column van Fredo Schotanus hier.

 

 

 

 

 

 

Kamervragen over PPRC onderzoek

In het kader van het programma Digitale Taken Rijksarchieven is het Nationaal Archief momenteel bezig met het digitaliseren van Rijksarchieven. (Mede) wegens overcapaciteit voor het inscannen van bescheiden bij de Belastingdienst, zijn er plannen om op dit vlak de twee diensten samen te laten werken. Deze beslissing zal grote gevolgen hebben voor die bedrijven die tot dan toe deze diensten voor het Rijk hebben uitgevoerd. Hun afzetmarkt zal hierdoor sterk afnemen. De Commissie van Aanbestedingsexperts is in een niet-bindend advies tot de conclusie gekomen dat de opdracht die het Nationaal Archief aan de Belastingdienst heeft gegeven aanbestedingsplichtig is. In navolging hiervan werd op 16 april 2015 door de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarin de regering werd verzocht om de inbesteding van scandiensten terug te draaien en over te gaan tot het aanbesteden van deze diensten. In een Kamerbrief van 24 juni jl. stelde de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat de plannen om scandiensten in te besteden toch doorgang zullen vinden, omdat de regering het onder andere niet eens is met de conclusies van de CvAE. Vervolgens zijn op 10 augustus jl. wederom Kamervragen gesteld naar aanleiding van deze Kamerbrief.

In vraag 3 wordt verwezen naar het PPRC onderzoek dat Elisabetta Manunza en Willem Janssen momenteel uitvoeren. In dit onderzoek staat de vraag centraal of er in casu sprake is van een inbesteding, waardoor de samenwerking uitgezonderd kan worden van een mogelijke aanbestedingsplicht. Daarnaast worden er aanbevelingen gedaan om het gebrek aan regulering van inbestedingen te verbeteren. Dit onderzoek sluit aan bij hun onderzoek naar inbesteden en publiek-publiek samenwerken van de afgelopen jaren.

Recentelijk verschenen twee interviews met Elisabetta Manunza over de inbestedingen van de Rijksoverheid, zie “Schoonmaaksector blokkeert politieke wens Asscher”, en specifiek over de scandiensten in de Financiële  Telegraaf: “Rel om scanstraat krijgt een staartje. Tweede kamer legt omstreden levering stil”.